Swakopmund dag 2

Vandaag hebben we weer een volle dag in Swakopmund. We hebben voor vandaag een excursie in de ochtend en een voor in de middag geboekt.

Omdat we aan onze kinderen ook willen laten zien dat Namibië niet alleen mooie natuur is en mooie stenen huizen, brengen we ook een bezoek aan de township van Swakopmund.We zijn zelf al eerder in townships geweest. Wanneer je er voorbij rijdt, ervaar je niet hetzelfde als wanneer je een bezoek brengt met een lokale gids die zelf in de township woont of is opgegroeid. Zo’n bezoek maakt indruk bij volwassenen maar zeker ook bij kinderen. Wanneer ze oud genoeg zijn zoals onze kinderen (10 en 12) realiseren ze zich heel goed hoe goed zij het eigenlijk wel niet hebben.

Onze gids vertelde ons ook over de geschiedenis van de township, over het ontstaan, over het leven voor en na de apartheid. Hoewel apartheid en gescheiden wonen officieel zijn afgeschaft hebben veel mensen simpelweg niet de mogelijkheid om elders te gaan wonen. De township is verdeeld en verschillende wijken. Vroeger was het ook afhankelijk bij welke etnische groep je hoorde waar je in de township woonde en hoe je huis eruit zag. Nu kun je in theorie overal wonen. Maar hangt wel af van hoeveel geld je hebt en of je een huis of grond kunt kopen. Er zijn ook nog stukken waar je gratis kunt wonen maar waar je zelf een huisje moet maken. Alle materialen die gebruikt kunnen worden zijn ook gebruikt: golfplaten, hardboard, planken, stenen, karton, doeken. Dat is ook het stukje waar regelmatig branden zijn. Dan heeft er iemand bijvoorbeeld te veel gedronken en omdat er geen elektriciteit is hebben ze kaarsen als lamp die om kunnen vallen. Probleem alleen is dat dan niet alleen het huisje van de betreffende persoon in vlammen op gaat maar meestal gaan er dan meerdere huisjes mee in de vlammen. Dit gebeurt een aantal keren per maand. Soms een paar weken niets en dan ineens meerdere per week.

We brachten een bezoek aan een Herero vrouw die een kinderopvang was begonnen. Ze vertelde over dat Herero’s eigenlijk vroeger Himba’s waren die een beter leven ambieerde en naar de stad trokken. Omdat ze niet met hun in oker en vet besmeerde huid in auto’s, huizen of bedrijven welkom waren zijn ze zich gaan kleden als de vrouwen van de bezetters. Vandaar ook de lange jurken. De doek die ze op hun hoofd dragen heeft een krant erin. Op die manier brengen ze een ode aan de koe. een dier wat voor hen heel waardevol is. Een Himba man met veel geld is niet rijk, een himba man met veel koeien daarentegen wel.
Deze vrouw leert de kinderen die naar haar opvang komen Engels omdat dit de voertaal is tussen de diverse etnische groepen. Ze heeft een heel programma. Wat we goed vinden is dat deze mevrouw de kinderen niet bij de toeristen laat komen als speeltjes. Ze vertelt over haar werk en haar stam terwijl haar kinderen in een andere ruimte worden opgevangen. We zijn wel eens vaker op schooltjes geweest en dan moesten kinderen hun verplichte kunstjes doen van liedjes zingen en dergelijk. Hier worden de 18 kinderen die bij haar komen niet blootgesteld aan dit soort taferelen. Iets wat mijn juffen hart goed doet.

Na de herero vrouw krijgen we les in het klikken van de Damara mensen. De Damara- en Nama-mensen praten met behulp van klikken. Er zijn vier verschillende klikken. Alsof het onthouden van een nieuw woord niet moeilijk genoeg was, zijn er vier soorten klikken en het gebruik van de verkeerde kan de betekenis van het woord helemaal veranderen! Zo kun je met de juiste klik bijvoorbeeld zeggen dat je van iemand houdt terwijl als je de klik verkeerd maakt je zegt dat je iemand wil vermoorden. Belangrijke verschillen dus.

We rijden nog wat door de township door de verschillende wijken en als afsluiting eten we in een plaatselijk restaurant een Afrikaans maaltijd met Mahangu-pap, Evanda-spinazie, Oshingali, Mash Beans, Matangara -Trijpe, Mopane-wormen. De verschillende gerechten niet verkeerd en zelfs de maag die gegeten werd, smaakte niet verkeerd.

Na deze maaltijd zit de tour door Mondesa er op en worden we netjes bij de camping afgezet. Daar besluiten we om snel te lunchen en dan ons klaar te maken voor onze Living Desert tour.

We worden een paar uur later weer opgehaald bij de receptie van de camping en vervolgens rijden we naar de duinriem tussen Walvisbaai en Swakopmund. De kustduinriem lijkt misschien onvruchtbaar en levenloos voor veel mensen, maar er leeft een verscheidenheid van kleine woestijn aangepaste dieren, die in staat zijn om te overleven op de mist die consequent uit de koude Atlantische Oceaan rolt.
Eenmaal aangekomen bij de duimriem komen drie gidsen samen en neemt er een telkens het woord om te vertellen over de geologische structuur en de geschiedenis van de omgeving en waarom dit ook een stukje is van Skeleton Coast. Deze kuststrook heeft haar naam te danken aan de vele schepen die hier vlak voor de kust zijn vergaan en de walvissen en zeeleeuwen die zijn gestorven. Maar niet alleen deze dieren zijn gestorven. We beginnen de tour bij een massagraf van zo’n 1600 paarden en muildieren die tijdens de Wereldoorlog noodgedwongen zijn afgemaakt omdat ze een bacterie bij zich droegen die niet alleen voor paarden en muildieren dodelijk was maar ook voor mensen. De restanten liggen nog steeds zichtbaar in de duinen.

Ook kregen we een goede uitleg over de flora en fauna van de woestijn. Regelmatig werd er gestopt om te zoeken naar sporen van dieren in de duinen en waar mogelijk werd er een stop gemaakt bij de dieren en werd er van alles over verteld. Soms probeerden ze een dier te vangen om het te laten zien. De gidsen besteden veel aandacht aan het overbrengen van kennis over elk woestijndier en elke plant. Zo vertelden ze ook over de speciale aanpassingen om te overleven in de woestijn. Er wordt met respect om gegaan met de de dieren. Wanneer ze eventueel een dier op hebben getild om te laten zien, wordt het daarna ook weer netjes terug gezet op de plek waar ze het vonden.

 

We hebben verschillende dieren gezien zoals:

  • Een Parabuthus namibensis dat is een Schorpioen waar weinig over bekend is. Ze zijn waargenomen op grindvlaktes in zanderige, stenige gebieden waar ze hun holen graven. Ze voeden zich met  spinnen en insecten, die grijpen ze met hun tang. Het gif kan worden geïnjecteerd als het slachtoffer vecht. En zoals je weet geldt bij schorpioenen hoe kleiner de scharen, des te giftiger zijn ze.
  • Reticulated Desert Lizard, deze heeft een lange punt neus en komt het meest voor op de grindvlaktes aan de voet van de duinen, vooral waar kleine struiken aanwezig zijn die een geschikte schuilplaats voor hem maken wanneer hij zich bedreigd voelt..
  • Zandduikende hagedis ook wel Shovel-Snouted Lizard genaamd.
    Deze hagedis is komt alleen voor in de Namib woestijn en beweegt overdag. Je kunt ze vinden langs de slipvlakken van de duin waar het duinzand erg zacht is. Wanneer deze hagedis zich bedreigd voelt, dan duikt hij in het zachte zand en krijgt zo een andere veel voorkomende naam, de zandduikende hagedis.
    Tijdens de hitte van de dag wordt het zand erg heet en deze hagedis kan dan gewoon lopen door twee voeten per keer in de lucht te houden en vervolgens zijn voeten af te wisselen, waardoor de voeten koel blijven en de warmte uit het zand wordt geminimaliseerd naar het lichaam. Dat is ook de reden waarom de hagedis bekend is om het thermische dansen. Het is een snel bewegende hagedis die insecten jaagt en zelfs motten uit de lucht haalt.
  • Sidewinder Snake, deze kleine slang is een van de kleinste adders ter wereld, de tweede na de namaqua dwerg-opteller. Deze adder bereikt een lengte van 30 cm en heeft ogen op de bovenkant van het hoofd, waardoor de slang zich onder het zand kan nestelen en nog steeds zijn ogen buiten kan houden om de omgeving te observeren voor prooi. Ze bewegen zich op een zijwaartse manier, waardoor ze langs de slip van duinen kunnen bewegen waar het zand los zit. Sidewinding houdt ook het grootste deel van het lichaam op een bepaald moment van het zand en laat de slang over warm zand bewegen zonder oververhitting. Ze hebben een combinatie van cytotoxisch en neurotoxisch gif. Ze zijn levendbarend en hebben tot 10 jonge tijdens de zomermaanden. Een klein zwart punt op de staart wordt gebruikt om hagedissen dichter bij de slang aan te trekken terwijl deze onder het oppervlak van het zand uit het zicht ligt.
  • Namaqua Chameleon
    Dit is een grote kameleon met korte staart die het grootste deel van zijn leven op de grond doorbrengt op zoek naar insecten. Ze bereiken een lengte van maximaal 30 cm en zijn één van de snelst bewegende kameleons ter wereld in vergelijking met andere kameleons. Hun basiskleur is zwart, maar de kleur kan veranderen naargelang stemming en opzettelijke beslissingen. Normaal donker in de ochtend om de zon aan te trekken, kan de kameleon, eenmaal opgewarmd, sneller bewegen en efficiënter jagen. Als het te heet is, wordt het lichter om de zon weer te geven. Wanneer hij boos is, is hij zwart en wanneer hij nerveus is, is hij zwart. Ze kunnen beide richtingen tegelijk bekijken, onafhankelijk van elkaar 180 graden voor elk oog. Ze hebben beide ogen op de prooi nodig wanneer ze de prooi vangen met hun lange tong, die de hele lengte van het lichaam inclusief de staart kan bereiken.
  • Tenebrionid Beetles oftewel de Tok Tokkies.
    Er zijn bijna 200 soorten Tokkies in Namibië. Ze komen in alle vormen, maten en gedaantes voor. De meest voorkomende Tok Tokkie gevonden in de duinen is de Fog Basking kever. Deze kevers hebben een eigenaardige manier om drinkwater uit de mist te verzamelen. Ze kunnen in de vroege ochtend door een hoofdstand te doen de mist op hun rug laten condenseren en vervolgens naar de monddelen laten aflopen, waar ze dan op een gegeven moment tot 40% van hun lichaamsgewicht kunnen drinken.

Na de deserttour werden we weer netjes bij de camping afgezet en hebben we nog lekker uitgerust van het volle programma en de indrukken van vandaag.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Gelieve geen tekst of foto\'s zonder toestemming te kopiëren.